Lichaam en ziel – Psalm 32:3-4
‘Toen ik zweeg, teerden mijn beenderen weg, onder mijn jammerklachten, de hele dag.’ Davids verzwegen zonde tegen Bathseba en Uria tekende zijn lichaam: uitputting, gewichtsverlies, wanhoop. ‘Mijn zonde maakte ik U bekend (…) En Ú vergaf mijn ongerechtigheid’ (Psalm 32:5). Gods hand drukt zwaar totdat je je zonde in Zijn handen legt. Verberg je zonde niet, maar belijd ze – dat is de weg naar vergeving en opluchting.